De kunst van gepaste nabijheid

“Wat doe je zoal in je vrije tijd?”, vragen mensen me weleens. Als dan mijn werk bij de terminale thuiszorg van de Kap ter sprake komt, krijg ik soms als antwoord: “Kun je niet wat gezelligers bedenken?”
Oppervlakkig bezien snap ik die vraag wel, want je moet er eerst mee in aanraking komen om te ervaren dat het boeiende van dit werk nu juist is dat je dieper gaat dan het oppervlak. Het is moeilijk uit te leggen, maar laat ik toch een poging doen.

Op het moment dat ik dit schrijf zit ik op een kleine kamer in een rusthuis. Meneer is 90 jaar, uitbehandeld en heeft het predicaat ‘terminaal’ gekregen. Lijkt een en ander niet helemaal te beseff­en en snapt ook niet goed wat ik hier doe, een wildvreemde kerel, maar vindt het toch wel best zo.

Het is stil in huis en ook van buiten komen er geen geluiden binnen. Logisch want het is nacht, de meeste mensen slapen. Die combinatie van rust en stilte aan de ene kant en de aanwezigheid van iemand die op de drempel van de dood staat, geeft een bijzondere lading aan dit werk.

Meneer is wakker geworden, gaat op het randje van z’n bed zitten en zoekt zijn sloff­en. Ik sta klaar om te helpen, maar hij slaat mijn aanbod af, kijkt me wat vreemd aan en gaat weer liggen. Je ziet hem denken: ‘Wat doet die kerel toch in mijn kamer?’

Dat brengt me op het begrip ‘nabijheid’. Die drang om te helpen kan soms zo sterk en impulsief aanwezig zijn, dat je je te dicht bij de ander opdringt. Hij of zij blijft een autonoom wezen. Wat je nog zelf kan doen, doe je ook het liefst zelf, zonder hulp van vooral ‘niet-eigen’ buitenstaanders.

Afwachtend aftasten

Telkens weer moet je beseff­en wat je plaats is. Afwachtend aftasten waar de behoefte ligt. Soms is dat helemaal niet moeilijk en stroomt de dankbaarheid je als het ware tegemoet bij alles wat je aanbiedt.

Het is inmiddels 2 uur geweest, meneer is wat onrustig en we hebben even gepraat over hoe vreemd het voor hem eigenlijk voelt dat ik hier in zijn kamer zit. Het lijkt hem een beetje op te luchten.

Hier leer je de kunst van de gepaste nabijheid. Want ‘nabij’ willen we zijn, daar doen we het voor. Op het eind van je leven niet in eenzaamheid hoeven sterven. Dat zou toch verschrikkelijk zijn, dat wens je niemand toe.

 

Geschreven door Jan Wagenaar, VPTZ-vrijwilliger

Vrijwilligers in de palliatieve en terminale zorg (VPTZ) ondersteunen mensen die niet meer kunnen genezen en zich in de laatste fase van hun leven bevinden. Deze zorg is gericht op kwaliteit van leven en sterven. De zorg kan overdag, ‘s avonds of ’s nachts zijn.

 

Therèse Small

Therèse Siebenga

Coördinator Vrijwilligers, VPTZ en Rouw

Spreekt het VPTZ-vrijwilligerswerk jou aan? Neem vrijblijvend contact op met Therèse, zij kan je er alles over vertellen.